
Het gebruiken van infraroodverwarming in vochtige ruimtes
Als je infraroodverwarmers in een badkamer of een vochtige werkruimte wilt plaatsen, is een eenvoudig waterdicht omhulsel niet voldoende. Hier werken versterkers met hoge vermogens, en in zulke omstandigheden proberen stoom en condensatie zich ergens te nestelen. Om alles veilig en goed functionerend te houden, moet je goed opletten waar de lamp in contact komt met de stroomvoorziening.
Het probleem van vocht
In vochtige ruimtes vormt zich een dunne laag water op het kwartsglas en de keramische onderdelen. Dit veroorzaakt een soort ‘brug’ waardoor elektriciteit kan lekken naar plekken waar dat niet mag gebeuren.
Om dit tegen te gaan, gebruiken we keramische materialen van hoge kwaliteit voor de uiteinden van de lampen. Deze materialen nemen geen water op. Als je goedkoop bezig bent, werken de isolatoren als zeepbellen. Na één douche zal de RCD al uitvallen, waardoor je in het donker en koud terechtkomt.
Het beveiligen van de verbindingen
De meeste storingen optreden juist op de plekken waar de kabels naar de lamp gaan. Dat is het zwakste punt.
We vertrouwen niet op eenvoudige plastic behuizingen. In plaats daarvan gebruiken we behuizingen die IP65-gecertificeerd zijn. Alles wordt afgesloten met dempingen en hitte-uitschuifbare buizen. Het doel is om de verbindingen droog te houden.
Bovendien gebruiken we kabels met siliconenisolatie. Zij kunnen de hitte van de lamp weerstaan zonder te breken. Als de isolatie breekt, kan vocht in de kabels dringen. Dat is zeker niet gewenst.
Het evenwicht vinden
Er is echter één probleem: als je alles te strak afsluit, blijft de hitte vastzitten. Je beschermt de elektronica tegen kortsluitingen, maar je riskeert dat de kabels van binnenuit beschadigen.
Het is een soort spelletje van balans vinden: je hebt een behuizing nodig die het water buiten houdt, maar waarbij de lucht nog wel kan circuleren.